Begripsvorming

Basisstrategie: rijgen bij optellen en aftrekken

Voorwaarden om te kunnen rijgen zijn

  • getallen t/m 100 kunnen opzetten en aflezen op kralenketting: aantal wat je opzet = kralen “voor de knijper”.
    • 10-tal in één keer zien;
    • herkennen dat structuur binnen de tientallen steeds hetzelfde is;
    • bij het opzetten van getallen gebruik maken van de structuur.
  • sprongen van 10 vanaf een willekeurig getal erbij en eraf.
  • begrijpen dat een sprong van 10 hetzelfde is als +10, dus dat je wanneer je sprongen van 10 kunt maken, je ook sommen kunt maken als 23+10, 26-10 en ook 74+10, 83-10.
  • welk getal komt ervoor/erna (telrij t/m 100).
  • getal splitsen in tienvouden en eenheden, kaal en in context: dus bij sommen als 42=40+.. een verhaal laten bedenken, maar ook vanuit een context starten.
  • getallen kunnen neerleggen met gestructureerd materiaal (geld, MAB) > 37 leggen met 3 staafjes (3x 10 euro) en 7 lossen (7x 1 euro).
  • tienvouden en eenheden samenvoegen, kaal en in context.
  • getallen kunnen lezen en schrijven.
  • positiewaarde: hoeveel is de 3 waard in 36 en in 53?
  • leerlingen begrijpen de relatie tussen de kralenketting, de getekende kralenketting, de streepjesgetallenlijn (kleine streepjes bij enen, half hoge streepjes bij vijfvouden en hoge streepjes bij tienvouden) en de lege getallenlijn; ze begrijpen dus wat een streepje op een lege getallenlijn betekent.
f

Bouwstenen voor de basisstrategie rijgen op een lege getallenlijn en/of kralenketting

  • aanvullen tot 10-voud;
  • optellen vanaf 10-voud;
  • aftrekken tot een 10-voud;
  • aftrekken vanaf 10-voud;
  • weten welk getal je moet splitsen en weten hoe (47+8 > weten dat je de 8 moet splitsen in 3 en 5 voor deze opgave);
  • splitsingen t/m 10;
  • optellen en aftrekkingen t/m 10 kunnen gebruiken tussen de andere 10-vouden: 3+4 > 23+4, maar ook 53+4 (zo nodig laten zien met de kralenketting);
  • 10-sprong vanaf een willekeurig getal op de getallenlijn;
  • startgetal heel houden, eerst tiental erbij/eraf; maximaal in 3 stappen!

Procedure ontwikkeling

Pas als een leerling de basisstrategie begrijpt, goed gebruikt en beheerst kunnen variastrategieën worden aangeleerd. Ook zwakke rekenaars hebben baat bij het gebruiken van variastrategieën. Enkele voorbeelden hieronder:

 

Variastrategieën: 

1

Splitsen

36 + 27 =

30+20 en 6+7

50+13=63

dus 36 + 27 = 63

Groep 5 en hoger: handig rekenen

Bij het werken met grotere getallen (399 + 163 = ) valt winst te behalen door de variastrategie te gebruiken. Belangrijk om dit met kleinere getallen goed te oefenen.

Enkele voorbeelden

Aanvullen

Als een aftreksom bestaat uit twee getallen die heel dicht bij elkaar liggen, is het verstandig om de leerlingen te leren aanvullen. Gebruik hierbij altijd ter ondersteuning de getallenlijn!

Enkele voorbeelden