Rekenen tussen 10 en 20

begripsvormingprocedure ontwikkeling

Begripsvorming

Basisstrategie: Rekenen naar analogie

2 + 6 = weten dus……
12 + 6 = zo kunnen beantwoorden

Z

Powerpoint viersommen

  • Geef de leerlingen 3 getallen en laat ze met deze getallen de vier sommen maken:
    • welke vier sommen kan je maken met 3 – 5 – 2?
  • Of zoek 3 getallen waar je 4 sommen mee kunt maken en maak de 4 sommen
  • Voorbeelden van notaties staan hiernaast

Procedure ontwikkeling

Basisstrategie: Rekenen naar analogie

Bij het rekenen tussen 10 en 20 is de basisstrategie “Rekenen naar analogie”. Biedt de sommen ook zo aan.

2 + 6 = …….. dus 12 + 6 = ……..

Als blijkt dat nog geteld wordt, heeft tempo maken geen zin. Pas als blijkt dat het met materiaal goed gaat, kan het langzaam aan vlotter. Bij rekenen tot 10 begint het met beelden. Rekenen tussen 10 en 20 gaat hiermee door. Maak het visueel met behulp van 2 rekenrekken of 2 eierdozen. Hiermee wordt het begrip “10 meer” goed duidelijk gemaakt.

Nog enkele tips om te komen tot een goede procedure ontwikkeling:

  • Laat altijd verwoorden wat er gebeurt: er komen er 10 bij;
  • Laat leerlingen die nog tellend rekenen nooit zelfstandig schriftelijk verwerken. Ook dat zullen ze tellend oplossen;
  • Breng de tellers in kaart en blijf hiermee getalbeelden oefenen (zie flitsoefeningen);
  • Als de procedure ontwikkeling niet goed op gang komt, doe een stap terug naar de tot 10 sommen.
  • Memoriseren komt pas in de laatste fase;
  • Zet tempotoetsen niet te vroeg in; pas als kinderen niet meer tellen.