Starters en spelletjes

voor groep 6
klik hier voor alle groepen

Plankenkoorts

Bouw en sloop met Kapla en Papla.

downloadmaterialen

Haaibaai (SLO)

Haaibaai is een spelconcept. Het idee is heel eenvoudig. Er zijn kaartjes met sommen en kaartjes met antwoorden van sommen. Elk antwoord hoeft maar één keer voor te komen, de sommen kunnen vaker voorkomen. De spelers schudden de sommen en leggen die op een stapel met de sommen naar beneden. De kaartjes met de antwoorden leggen ze open op tafel en ze zorgen dat iedereen er goed bij kan.
Speler 1 draait nu het bovenste kaartje van de stapel open. Iedereen ziet de som. De bedoeling is om nu als eerste zo snel mogelijk op het kaartje op tafel met het goede antwoord te slaan én het antwoord hierbij te roepen. Wie het eerste is én het antwoord goed heeft, krijgt het sommenkaartje (dus niet het antwoordenkaartje).
Speler 2 draait nu een kaartje om en hetzelfde gebeurt weer. Als iemand op een verkeerd antwoord slaat, is de beurt voorbij en mag hij de volgende ronde weer meedoen.
Het spel is afgelopen als alle sommenkaartjes op zijn. Wie de meeste sommenkaartjes heeft, wint het spel.

 

Haaibaai optellen en aftrekken over de 10

Bij deze variant Haaibaai gaat het om memoriseren van de moeilijkere optellingen en aftrekkingen over de 10.

 

Haaibaai vermenigvuldigen

Bij deze variant Haaibaai gaat het om automatiseren en memoriseren van vermenigvuldigingen van

  • kleine tafels met elkaar
  • kleine tafels met grote tafels
  • grote tafels met elkaar.

Dobbeldraai (SLO)

Dobbeldraai speel je met twee spelers en duurt ongeveer 10 minuten.

Van Dobbeldraai vermenigvuldigen zijn drie versies:

  • tafels 2 t/m 5 x tafels 2 t/m 5
  • tafels 2 t/m 5 x tafels 6 t/m 9
  • tafels 6 t/m 9 x tafels 6 t/m 9

Je hebt het speelbord nodig en 40 fiches in twee kleuren; 20 van elke kleur. Ook heb je 2 blokjes, ringetjes of pionnen nodig. Het spel duurt ongeveer 10 minuten. Een uitgebreide beschrijving van het spel staat in de spelbeschrijving.

Behalve aandacht voor het automatiseren van de vermenigvuldigingen gaat het ook om het doorzien van de relatie tussen vermenigvuldigen en delen. Om het spel makkelijker te maken, kan je het insluiten en vervangen van de fiches van de tegenstander voor eigen fiches bij het aanleren van het spel achterwege laten.

Aangezien het doel is handig en strategisch spelen te bevorderen, is het van belang dit later wel te doen.

downloadmaterialen

tafels 2 t/m 5 x tafels 2 t/m 5
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

tafels 2 t/m 5 x tafels 6 t/m 9
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

tafels 6 t/m 9 x tafels 6 t/m 9
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

 

Wie ben ik

 

Je kunt de getallen zo groot of klein maken als je zelf wilt.

  1. Plak een sticker met daarop een heel getal tussen 0 en 1000 op de rug van je schoudermaatje;
  2. Loop rond en vorm tweetallen;
  3. A stelt een vraag waarop B alleen met ja of nee mag antwoorden. Dan de rollen omdraaien;
  4. Partners bedanken elkaar en nemen afscheid;
  5. Weer rondlopen en nieuwe tweetallen vormen, stap 2 t/m 4 herhalen. Doorgaan tot je weet welk getal je bent;
  6. Weet je wie je bent: getal op je buik plakken. Blijf beschikbaar om vragen te beantwoorden.

Geheim getal

Je kunt het getal zo klein of groot maken als je zelf wilt.

 

Materiaal

  • 2 pennen
  • 2 kladblaadjes

Aantal spelers

  • 2-4 of heel de klas tegen de juf/meester

Doel van het spel

  • Wie het geheime getal in zo min mogelijk beurten raadt, is de winnaar!

 

Start

Beide spelers (of tweetallen) hebben een blaadje en een pen. Eén speler schrijft een getal (van 1, 2, 3, 4 of 5 cijfers) op een kladblaadje en houdt dit getal verborgen voor de andere speler. Hij vertelt aan de andere speler uit hoeveel cijfers zijn getal bestaat. Jullie moeten samen beslissen of cijfers vaker voor mogen komen.

Spel

De ene speler (A) bedenkt een getal en zet dat zonder dat de ander (speler B) het ziet op een blaadje. Dan vertelt hij uit hoeveel cijfers het getal bestaat. Speler B schrijft een getal op, met het juiste aantal cijfers.

A geeft aan:

  • of het getal hoger (B zet pijltje omhoog) of lager (B zet pijltje omlaag) is;
  • of er cijfers op de goede plaats staan, bijvoorbeeld: “het tiental is goed” (B zet een rondje om het tiental);
  • of er cijfers in staan die wel in het getal voorkomen, maar op een andere plaats staan, bijvoorbeeld: “er zit een zeven in maar niet als honderdtal” (B zet een streepje onder de 7).

Speler B schrijft op wat hij nu denkt dat het getal is. Speler A vertelt weer welke cijfers erin voorkomen, welke op de goede plaats staan en of het te raden getal hoger of lager is. Zo gaan de spelers door tot B het getal geraden heeft. In hoeveel beurten?

Als het getal geraden is, draaien de spelers de rollen om.

Tabula

Tabula was een Romeins bordspel. Er wordt verondersteld dat het een voorloper was van het moderne backgammon.

Er zijn vele varianten op te maken door verandering aan te brengen in materiaal, spelregels en aantal spelers.

Landjepik

In Landjepik versterken twee spelideeën elkaar.
Eén daarvan is ‘landje veroveren’,  het andere lijkt op dat van het bekende 24-game.

Een rijtje van 100

Rijtjes maken met een bepaald algoritme.

Het volgende rijtje is gemaakt door steeds de vorige twee getallen op te tellen:

3      5      8      13      21

Er is begonnen met twee willekeurige getallen.

  • Maak nu zelf ook zo’n rijtje van vijf getallen, maar dan één waarvan het laatste getal zo dicht mogelijk in de buurt van 100 uitkomt.
  • of in de buurt van 50
antwoord

Een voorbeeld voor een oplossing:

  • 14    24    38   62   100
  • 20    20    40    60  100

of in de buurt van 50 bijvoorbeeld:

  • 7     12      19     31     50

Potje duizend

Met een gewone dobbelsteen drie getallen maken die samen zo dicht mogelijk bij 1000 uitkomen.

 

Spelidee
Met een gewone dobbelsteen drie getallen maken die samen zo dicht mogelijk bij 1000 uitkomen. De worpen van de dobbelsteen kunnen daarbij ingezet worden als honderdtallen, als tientallen of als eenheden.

Groep en leerstof
Een spel voor de groepen 5 t/m 8 in het getalgebied rond 1000. De positiewaarde van de cijfers en cijferend optellen staan centraal.

Speeltijd, aantal spelers en spelmateriaal
Een potje duurt 5 minuten. Het aantal spelers is onbeperkt. Alleen pen, papier en een gewone dobbelsteen zijn nodig.

Spelbeschrijving
Iedere speler maakt op zijn vel papier een tabel of gebruikt het formulier dat staat bij downloadmaterialen. De spelers gooien om de beurt met de dobbelsteen en noteren de waarde van hun worp in één van de 9 vakken (3×3). Dat gebeurt negen keer. Daarna worden de getallen (cijferend) opgeteld en de uitkomst wordt genoteerd in het onderste (dikgedrukte) vak (4 vakken). Tenslotte wordt het verschil met 1000 bepaald. De speler met het kleinste verschil is de winnaar.

 

Varianten

  1. Een variant voor groep 4 is het spel “Bijna 100”.
  2. Een aantal rondjes spelen. De punten (de verschillen met 1000) van de rondjes worden opgeteld. Wie aan het eind het kleinste aantal punten heeft, is de winnaar.
  3. Er zijn in totaal maar negen worpen. Elke worp geldt voor alle spelers. Deze variant leent zich goed voor een spelletje met heel de klas.
downloadmaterialen

Canadees Vermenigvuldigen

  • Een spel om in de klas in te zetten;
  • Verschillende varianten:
    • 2 t/m 5 x 2 t/m 5
    • 2 t/m 5 x 6 t/m 9
    • 6 t/m 9 x 6 t/m 9
  • Je kunt kiezen voor één tegen één of één tegen twee of twee tegen twee.

Tovergetallen

Zet in de figuur de gehele getallen 1 tot en met 8. Doe het zó dat twee opeenvolgende getallen niet in aangrenzende hokjes staan: niet horizontaal, niet verticaal en niet diagonaal.

antwoord

Gewoon proberen. De 1 en de 8 komen in het midden. Daarmee liggen ook de plaatsen voor de 2 en 7 vast. Verder invullen is dan niet moeilijk meer. De oplossing kan natuurlijk op allerlei manieren worden gespiegeld.

Allemaal B-en

Welk cijfer stelt B voor?

antwoord

4 × B eindigt op een 8. Dus B = 2 of  B = 7. B = 2 valt af omdat 3 × 2 = 6 en geen 3.

4 × 7 = 28. 3 × 7 = 21; 2 van 28 erbij: 23.
2 × 7 = 14; 2 van 23 erbij: 16.
7 + 1 = 8.

Dus B = 7.

 

Inhoud

Maak van A4’tjes twee kokers met een vierkante ‘bodem’. Eén in de lengte en één in de breedte.

Welke van deze kokers heeft de grootste inhoud?
Of gaat er evenveel in?
Hoe los jij dit op?

antwoord

Het papier is ongeveer 21×30 centimeter (lxb). De inhoud is lengte x breedte x hoogte.

  • Bij de lange balk (in de lengte) geldt dan: 5,25 x 5,25 x 30 cm = 826,875 kubieke centimeter
  • Bij de korte balk (in de breedte) geldt dan: 7,50 x 7,50 x  21 cm = 1125 kubieke centimeter.

In de korte balk kan dus het meeste. Ideeën voor in de klas:

  • 2 kokers in elkaar zetten, berekenen en vullen met snoepjes/watjes
  • eventueel: is de inhoud van deze kokers meer of minder dan een liter?

Dit werkt volgens het principe: hoe vierkanter de bak, des te meer kan erin.

Chocolade

Ik trakteerde op de laatste lesdag mijn klas op chocola. Ik had 15 repen gekocht. Na het uitdelen bleek dat iedere leerling driekwart reep had gekregen. Er was nog anderhalve reep over.

Hoeveel leerlingen waren er?

antwoord

Het beste is om deze opdracht te tekenen. Dan kom je er snel achter dat er dus 3 repen zijn voor 4 leerlingen (3/4 deel) en 12 repen voor 16 leerlingen. Van de 15 repen was er nog anderhalve reep over dus 13 1/2 reep zijn op. Die laatste anderhalve reep wordt over 2 leerlingen verdeeld. In totaal waren er dus 18 leerlingen.

Toversommen

Met twee verschillende cijfers
  1. Kies een getal met twee verschillende cijfers.
  2. Maak een nieuw getal door de cijfers ervan te verwisselen.
  3. Trek het kleinste getal van het grootste af.
  4. Verwissel de cijfers van de uitkomst
  5. Tel dit getal bij de uitkomst op.
  6. Verklaar de einduitkomst (altijd 99).
Met drie verschillende cijfers
  1. Kies een getal met drie verschillende cijfers.
  2. Maak een nieuw getal door het van achteren naar voren op te schrijven.
  3. Trek het kleinste getal van het grootste af.
  4. Schrijf de uitkomst van achteren naar voren op.
  5. Tel dit getal bij de uitkomst op.
  6. Verklaar de einduitkomst (altijd 1089).
Lange optelling met 5 driecijferige getallen
De leerling mag beginnen en twee getallen onder elkaar schrijven:

271
389

(Vrijwel tegelijk is de uitkomst bekend: 2269.) Schrijf zelf het derde getal eronder:

271
389
610

Zoals je kunt zien, heb je ervoor gezorgd dat het tweede en derde getal samen 999 zijn. De leerling schrijft weer een zelfgekozen getal 458 er onder:

271
389
610
458
541

Het laatste getal komt weer van jou. Ook hier let je weer op dat het vierde en vijfde getal samen 999 zijn. De uitkomst is dus 271+ (2×999) oftewel 271+2000-2, dus aan de voorzijde een 2 erbij en aan de achterzijde een 2 eraf.

antwoord

Klik hier voor het antwoord met twee verschillende cijfers

Klik hier voor het antwoord met drie verschillende cijfers

Vijfkaarten

Doelkaart = 4

Rekenkaarten: 10 5 1 7 4

Maak met de vijf kaarten het getal van de doelkaart en gebruik daarbij de bewerkingen x, :, + en -.

Mogelijkheid:
10 : 5 = 2
1 + 7 = 8

2 x 8 = 16

16 : 4 = 4

downloadmaterialen

Som-som puzzels

 

Som-som puzzels behoren tot de categorie waarbij een raamwerk is omgeven door getallen. Logisch denken speelt een belangrijke rol. Spelen en puzzelen worden gecombineerd met onderzoeken.

Er zijn verschillende varianten als 2×2 en 3×3.

Sprint

Carel loopt de 100 meter in 10,2 seconden. Zijn maatje doet er 12 seconden over.

Hoeveel meter voorsprong kan Carel hem geven om gelijktijdig te kunnen starten en te finishen?

antwoord

Ga ervan uit dat Carel en zijn maatje die 100 meter met constante snelheden lopen. Je wilt weten welke afstand zijn maatje in 10,2 seconden aflegt. Met een verhoudingstabel.

Carel moet zijn maatje een voorsprong geven van 15 meter om bij gelijke start na 10,2 seconden, gelijk aan te komen.

Geen tweelingen

Gisteren was het 1 juli en was het mijn verjaardag en ook de verjaardag van mijn zus. We zijn geen tweelingen. Ik ben zelf 23 jaar geworden en mijn zus is 32 jaar geworden. Deze leeftijd is (toevallig) omkeerbaar.

Hoe vaak zal dit in ons mensenleven kunnen voorkomen?

antwoord

Maak een tabel en begin bij het begin. Broer en zus verschillen 9 jaar in leeftijd.

(01 – 10)
12 – 21
23 – 32
34 – 43
45 – 54
56 – 65
67 – 76
78 – 87
89 – 98

Dus om de 11 jaar komt dit voor. Bij leven en welzijn komt dit acht keer voor. Boven de 100 gaat het mis.

Straatje maken

Breuken en kommagetallen; inzicht in structuur

Met dit spel oefenen jonge leerlingen het globaal lokaliseren van getallen en krijgen ze meer inzicht in de structuur van de telrij. Het kunnen lokaliseren van getallen op de getallenlijn is een basale vaardigheid voor het verkort en flexibel leren rekenen.