Starters en spelletjes

voor groep 7 en 8
klik hier voor alle groepen

Haaibaai (SLO)

Haaibaai is een spelconcept. Het idee is heel eenvoudig. Er zijn kaartjes met sommen en kaartjes met antwoorden van sommen. Elk antwoord hoeft maar één keer voor te komen, de sommen kunnen vaker voorkomen. De spelers schudden de sommen en leggen die op een stapel met de sommen naar beneden. De kaartjes met de antwoorden leggen ze open op tafel en ze zorgen dat iedereen er goed bij kan.
Speler 1 draait nu het bovenste kaartje van de stapel open. Iedereen ziet de som. De bedoeling is om nu als eerste zo snel mogelijk op het kaartje op tafel met het goede antwoord te slaan én het antwoord hierbij te roepen. Wie het eerste is én het antwoord goed heeft, krijgt het sommenkaartje (dus niet het antwoordenkaartje).
Speler 2 draait nu een kaartje om en hetzelfde gebeurt weer. Als iemand op een verkeerd antwoord slaat, is de beurt voorbij en mag hij de volgende ronde weer meedoen.
Het spel is afgelopen als alle sommenkaartjes op zijn. Wie de meeste sommenkaartjes heeft, wint het spel.

Haaibaai vermenigvuldigen

Bij deze variant Haaibaai gaat het om automatiseren en memoriseren van vermenigvuldigingen van

  • kleine tafels met elkaar
  • kleine tafels met grote tafels
  • grote tafels met elkaar.

Dobbeldraai (SLO)

Dobbeldraai speel je met twee spelers en duurt ongeveer 10 minuten.

Van Dobbeldraai vermenigvuldigen zijn drie versies:

  • tafels 2 t/m 5 x tafels 2 t/m 5
  • tafels 2 t/m 5 x tafels 6 t/m 9
  • tafels 6 t/m 9 x tafels 6 t/m 9

Je hebt het speelbord nodig en 40 fiches in twee kleuren; 20 van elke kleur. Ook heb je 2 blokjes, ringetjes of pionnen nodig. Het spel duurt ongeveer 10 minuten. Een uitgebreide beschrijving van het spel staat in de spelbeschrijving.

Behalve aandacht voor het automatiseren van de vermenigvuldigingen gaat het ook om het doorzien van de relatie tussen vermenigvuldigen en delen. Om het spel makkelijker te maken, kan je het insluiten en vervangen van de fiches van de tegenstander voor eigen fiches bij het aanleren van het spel achterwege laten.

Aangezien het doel is handig en strategisch spelen te bevorderen, is het van belang dit later wel te doen.

downloadmaterialen

tafels 2 t/m 5 x tafels 2 t/m 5
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

tafels 2 t/m 5 x tafels 6 t/m 9
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

tafels 6 t/m 9 x tafels 6 t/m 9
spelbeschrijving en kopieerblad met speelbord

 

Wie ben ik

 

Je kunt de getallen zo groot of klein maken als je zelf wilt.

  1. Plak een sticker met daarop een heel getal tussen 0 en 1000 op de rug van je schoudermaatje;
  2. Loop rond en vorm tweetallen;
  3. A stelt een vraag waarop B alleen met ja of nee mag antwoorden. Dan de rollen omdraaien;
  4. Partners bedanken elkaar en nemen afscheid;
  5. Weer rondlopen en nieuwe tweetallen vormen, stap 2 t/m 4 herhalen. Doorgaan tot je weet welk getal je bent;
  6. Weet je wie je bent: getal op je buik plakken. Blijf beschikbaar om vragen te beantwoorden.

Geheim getal

Je kunt het getal zo klein of groot maken als je zelf wilt.

 

Materiaal

  • 2 pennen
  • 2 kladblaadjes

Aantal spelers

  • 2-4 of heel de klas tegen de juf/meester

Doel van het spel

  • Wie het geheime getal in zo min mogelijk beurten raadt, is de winnaar!

 

Start

Beide spelers (of tweetallen) hebben een blaadje en een pen. Eén speler schrijft een getal (van 1, 2, 3, 4 of 5 cijfers) op een kladblaadje en houdt dit getal verborgen voor de andere speler. Hij vertelt aan de andere speler uit hoeveel cijfers zijn getal bestaat. Jullie moeten samen beslissen of cijfers vaker voor mogen komen.

Spel

De ene speler (A) bedenkt een getal en zet dat zonder dat de ander (speler B) het ziet op een blaadje. Dan vertelt hij uit hoeveel cijfers het getal bestaat. Speler B schrijft een getal op, met het juiste aantal cijfers.

A geeft aan:

  • of het getal hoger (B zet pijltje omhoog) of lager (B zet pijltje omlaag) is;
  • of er cijfers op de goede plaats staan, bijvoorbeeld: “het tiental is goed” (B zet een rondje om het tiental);
  • of er cijfers in staan die wel in het getal voorkomen, maar op een andere plaats staan, bijvoorbeeld: “er zit een zeven in maar niet als honderdtal” (B zet een streepje onder de 7).

Speler B schrijft op wat hij nu denkt dat het getal is. Speler A vertelt weer welke cijfers erin voorkomen, welke op de goede plaats staan en of het te raden getal hoger of lager is. Zo gaan de spelers door tot B het getal geraden heeft. In hoeveel beurten?

Als het getal geraden is, draaien de spelers de rollen om.

Tabula

Tabula was een Romeins bordspel. Er wordt verondersteld dat het een voorloper was van het moderne backgammon.

Er zijn vele varianten op te maken door verandering aan te brengen in materiaal, spelregels en aantal spelers.

Landjepik

In Landjepik versterken twee spelideeën elkaar.
Eén daarvan is ‘landje veroveren’,  het andere lijkt op dat van het bekende 24-game.

Een rijtje van 100

Rijtjes maken met een bepaald algoritme.

Het volgende rijtje is gemaakt door steeds de vorige twee getallen op te tellen:

3      5      8      13      21

Er is begonnen met twee willekeurige getallen.

  • Maak nu zelf ook zo’n rijtje van vijf getallen, maar dan één waarvan het laatste getal zo dicht mogelijk in de buurt van 100 uitkomt.
  • of in de buurt van 50
antwoord

Een voorbeeld voor een oplossing:

  • 14    24    38   62   100
  • 20    20    40    60  100

of in de buurt van 50 bijvoorbeeld:

  • 7     12      19     31     50

Potje duizend

Met een gewone dobbelsteen drie getallen maken die samen zo dicht mogelijk bij 1000 uitkomen.

 

Spelidee
Met een gewone dobbelsteen drie getallen maken die samen zo dicht mogelijk bij 1000 uitkomen. De worpen van de dobbelsteen kunnen daarbij ingezet worden als honderdtallen, als tientallen of als eenheden.

Groep en leerstof
Een spel voor de groepen 5 t/m 8 in het getalgebied rond 1000. De positiewaarde van de cijfers en cijferend optellen staan centraal.

Speeltijd, aantal spelers en spelmateriaal
Een potje duurt 5 minuten. Het aantal spelers is onbeperkt. Alleen pen, papier en een gewone dobbelsteen zijn nodig.

Spelbeschrijving
Iedere speler maakt op zijn vel papier een tabel of gebruikt het formulier dat staat bij downloadmaterialen. De spelers gooien om de beurt met de dobbelsteen en noteren de waarde van hun worp in één van de 9 vakken (3×3). Dat gebeurt negen keer. Daarna worden de getallen (cijferend) opgeteld en de uitkomst wordt genoteerd in het onderste (dikgedrukte) vak (4 vakken). Tenslotte wordt het verschil met 1000 bepaald. De speler met het kleinste verschil is de winnaar.

 

Varianten

  1. Een variant voor groep 4 is het spel “Bijna 100”.
  2. Een aantal rondjes spelen. De punten (de verschillen met 1000) van de rondjes worden opgeteld. Wie aan het eind het kleinste aantal punten heeft, is de winnaar.
  3. Er zijn in totaal maar negen worpen. Elke worp geldt voor alle spelers. Deze variant leent zich goed voor een spelletje met heel de klas.
downloadmaterialen

Canadees Vermenigvuldigen

  • Een spel om in de klas in te zetten;
  • Verschillende varianten:
    • 2 t/m 5 x 2 t/m 5
    • 2 t/m 5 x 6 t/m 9
    • 6 t/m 9 x 6 t/m 9
  • Je kunt kiezen voor één tegen één of één tegen twee of twee tegen twee.

Tovergetallen

Zet in de figuur de gehele getallen 1 tot en met 8. Doe het zó dat twee opeenvolgende getallen niet in aangrenzende hokjes staan: niet horizontaal, niet verticaal en niet diagonaal.

antwoord

Gewoon proberen. De 1 en de 8 komen in het midden. Daarmee liggen ook de plaatsen voor de 2 en 7 vast. Verder invullen is dan niet moeilijk meer. De oplossing kan natuurlijk op allerlei manieren worden gespiegeld.

Allemaal B-en

Welk cijfer stelt B voor?

antwoord

4 × B eindigt op een 8. Dus B = 2 of  B = 7. B = 2 valt af omdat 3 × 2 = 6 en geen 3.

4 × 7 = 28. 3 × 7 = 21; 2 van 28 erbij: 23.
2 × 7 = 14; 2 van 23 erbij: 16.
7 + 1 = 8.

Dus B = 7.

 

Inhoud

Maak van A4’tjes twee kokers met een vierkante ‘bodem’. Eén in de lengte en één in de breedte.

Welke van deze kokers heeft de grootste inhoud?
Of gaat er evenveel in?
Hoe los jij dit op?

antwoord

Het papier is ongeveer 21×30 centimeter (lxb). De inhoud is lengte x breedte x hoogte.

  • Bij de lange balk (in de lengte) geldt dan: 5,25 x 5,25 x 30 cm = 826,875 kubieke centimeter
  • Bij de korte balk (in de breedte) geldt dan: 7,50 x 7,50 x  21 cm = 1125 kubieke centimeter.

In de korte balk kan dus het meeste. Ideeën voor in de klas:

  • 2 kokers in elkaar zetten, berekenen en vullen met snoepjes/watjes
  • eventueel: is de inhoud van deze kokers meer of minder dan een liter?

Dit werkt volgens het principe: hoe vierkanter de bak, des te meer kan erin.

Chocolade

Ik trakteerde op de laatste lesdag mijn klas op chocola. Ik had 15 repen gekocht. Na het uitdelen bleek dat iedere leerling driekwart reep had gekregen. Er was nog anderhalve reep over.

Hoeveel leerlingen waren er?

antwoord

Het beste is om deze opdracht te tekenen. Dan kom je er snel achter dat er dus 3 repen zijn voor 4 leerlingen (3/4 deel) en 12 repen voor 16 leerlingen. Van de 15 repen was er nog anderhalve reep over dus 13 1/2 reep zijn op. Die laatste anderhalve reep wordt over 2 leerlingen verdeeld. In totaal waren er dus 18 leerlingen.

Toversommen

Met twee verschillende cijfers
  1. Kies een getal met twee verschillende cijfers.
  2. Maak een nieuw getal door de cijfers ervan te verwisselen.
  3. Trek het kleinste getal van het grootste af.
  4. Verwissel de cijfers van de uitkomst
  5. Tel dit getal bij de uitkomst op.
  6. Verklaar de einduitkomst (altijd 99).
Met drie verschillende cijfers
  1. Kies een getal met drie verschillende cijfers.
  2. Maak een nieuw getal door het van achteren naar voren op te schrijven.
  3. Trek het kleinste getal van het grootste af.
  4. Schrijf de uitkomst van achteren naar voren op.
  5. Tel dit getal bij de uitkomst op.
  6. Verklaar de einduitkomst (altijd 1089).
Lange optelling met 5 driecijferige getallen (for your eyes only)

De leerling mag beginnen en twee getallen onder elkaar schrijven:

271
389

(Vrijwel tegelijk is de uitkomst bekend: 2269.) Schrijf zelf het derde getal eronder:

271
389
610

Zoals je kunt zien, heb je ervoor gezorgd dat het tweede en derde getal samen 999 zijn. De leerling schrijft weer een zelfgekozen getal 458 er onder:

271
389
610
458
541

Het laatste getal komt weer van jou. Ook hier let je weer op dat het vierde en vijfde getal samen 999 zijn. De uitkomst is dus 271+ (2×999) oftewel 271+2000-2, dus aan de voorzijde een 2 erbij en aan de achterzijde een 2 eraf.

antwoord

Klik hier voor het antwoord met twee verschillende cijfers

Klik hier voor het antwoord met drie verschillende cijfers

Vijfkaarten

Doelkaart = 4

Rekenkaarten: 10 5 1 7 4

Maak met de vijf kaarten het getal van de doelkaart en gebruik daarbij de bewerkingen x, :, + en -.

Mogelijkheid:
10 : 5 = 2
1 + 7 = 8

2 x 8 = 16

16 : 4 = 4

downloadmaterialen

Som-som puzzels

 

Som-som puzzels behoren tot de categorie waarbij een raamwerk is omgeven door getallen. Logisch denken speelt een belangrijke rol. Spelen en puzzelen worden gecombineerd met onderzoeken.

Er zijn verschillende varianten als 2×2 en 3×3.

Sprint

Carel loopt de 100 meter in 10,2 seconden. Zijn maatje doet er 12 seconden over.

Hoeveel meter voorsprong kan Carel hem geven om gelijktijdig te kunnen starten en te finishen?

antwoord

Ga ervan uit dat Carel en zijn maatje die 100 meter met constante snelheden lopen. Je wilt weten welke afstand zijn maatje in 10,2 seconden aflegt. Met een verhoudingstabel.

Carel moet zijn maatje een voorsprong geven van 15 meter om bij gelijke start na 10,2 seconden, gelijk aan te komen.

Geen tweelingen

Gisteren was het 1 juli en was het mijn verjaardag en ook de verjaardag van mijn zus. We zijn geen tweelingen. Ik ben zelf 23 jaar geworden en mijn zus is 32 jaar geworden. Deze leeftijd is (toevallig) omkeerbaar.

Hoe vaak zal dit in ons mensenleven kunnen voorkomen?

antwoord

Maak een tabel en begin bij het begin. Broer en zus verschillen 9 jaar in leeftijd.

(01 – 10)
12 – 21
23 – 32
34 – 43
45 – 54
56 – 65
67 – 76
78 – 87
89 – 98

Dus om de 11 jaar komt dit voor. Bij leven en welzijn komt dit acht keer voor. Boven de 100 gaat het mis.

Straatje maken

Breuken en kommagetallen; inzicht in structuur

Met dit spel oefenen jonge leerlingen het globaal lokaliseren van getallen en krijgen ze meer inzicht in de structuur van de telrij. Het kunnen lokaliseren van getallen op de getallenlijn is een basale vaardigheid voor het verkort en flexibel leren rekenen.

Net geen goud…..

Jan Smeekens won zilver op de 500 m in Sotsji 2014. Hij kwam 0,012 sec tekort voor goud. Dat bleek 17 cm te zijn.

Hoe hard reed Jan?

antwoord

De oplossing:

  • 1 uur > 60 min > 3600 sec
  • 0,012 sec = 17 cm
  • 12 sec = 17000 cm = 170 m
  • 36 sec = 510 m
  • 3600 sec = 51000 m = 51 km

Jan reed 51 km per uur.

Het M-M-M spel

Het meer-met-minder spel wordt individueel of door een groep van 2, 3 of 4 leerlingen gespeeld in ca. 15 minuten.

downloadmaterialen

Letterkruiswoord

antwoord

Evenwichten

antwoord

Flippo’s

antwoord

Lange dag

antwoord

Loop naar de maan

antwoord

De goochelaar

antwoord

De goochelaar had ook geen moeite met de vorige puzzel, want hij was heel handig met drievouden. Hij deed namelijk in doosje A de getallen 3, 6, 9, 12, 15, enz. dus de drievouden, in doosje B alle voorgangers van de getallen uit A: 2, 5, 8, 11, 14, enz. en in doosje C alle voorgangers van de getallen uit doosje B, 1, 4, 7, 10, 13, enz.

Als nu iemand het getal pakt uit doosje A en een tweede getal uit doosje B dan is de som van die getallen een drievoud plus 2. Neem je een getal uit A en het tweede getal uit C dan is de som een drievoud plus 1. Ten slotte levert een getal uit B plus een getal uit C steeds een drievoud (plus 0) op. Zo kan de goochelaar dus op een eenvoudige manier bij elke uitkomst die hij krijgt het derde doosje bepalen: is de uitkomst een drievoud dan is er geen getal afkomstig uit A, is de uitkomst een drievoud plus 1, dan is het derde doosje B en is de uitkomst een drievoud plus 2 dan is het derde doosje C.

Fietsenhandel

Dik zit in de fietsenhandel. Hij verkoopt twee fietsen.
De ene fiets verkocht hij met 25% verlies voor € 900.
De andere fiets verkocht hij ook voor € 900 maar ditmaal met 25% winst.

Wat heeft deze handel hem opgeleverd?

antwoord

Bij de eerste fiets komt € 900 overeen met 75% van de inkoopprijs.
De inkoopprijs was dus 4/3×900=1.200 euro en zijn verlies was € 300,-

Bij de tweede fiets komt € 900 overeen met 125% van de inkoopprijs.
De inkoopprijs was  4/5×900=720 euro en zijn winst was €180,-

In totaal heeft Dik €120,- verloren.

 

Oppervlakte

Wat is de oppervlakte van het witte stuk?

antwoord

Draai het 5 × 5 vierkant verder tot het ‘recht’ staat. De gele driehoek die eraf gaat komt er ook weer bij.
Het witte stuk is gelijk aan een kwart van het 6 × 6 vierkant.

De oppervlakte is dus 1/4×36=9 vierkante cm.

Kroketten

Twee snackfabrikanten willen fuseren: AvG (met het merk Mora) en Royaan (met de merken Kwekkeboom en Van Dobben). Samen hebben ze een omzet van 246 miljoen euro.

Daarbij is AvG dubbel zo groot als de fusiepartner. En AvG exporteert voor 41 miljoen euro naar het buitenland.

Royaan zet zijn producten alleen in Nederland af.

Hoe groot is ongeveer de omzet van AvG in Nederland ?

antwoord

Verdeel 246 miljoen in de verhouding 2 : 1.
Daaruit volgt een omzet van 164 miljoen voor AvG.
Trek daarvan de 41 miljoen af van de export.

Blijft 123 miljoen euro over.

Komkommers

Een groenteman zet ’s ochtends 200 kil komkommers in kisten buiten. Komkommers bestaan voor 99% uit water. De groenteman verkoopt die dag geen enkele komkommer. Aan het einde van de dag zijn de komkommers uitgedroogd en bestaan ze nog maar voor 98% uit water. Hoeveel komkommers heeft hij dan nog over?

a. 100 kilo
b. 196 kilo
c. 197,77 kilo

(Uit de Nationale Wetenschapsquiz (1998))

 

antwoord

200 kg waarvan 99% water dat betekent dus 198 kg water en 2 kg vaste stof

Eind van de dag: Met de vaste stof is niets gebeurd, dat is nog stseeds 2kg. Die 2 kg is nu 2%, want het restant aan water is 98%. Dat is 98 kg water

Samen is dat 100 kg, dus antwoord a.

Wat helpt bij het oplossen van deze opdracht is het omzetten in een strookmodel. Zo zijn de verhoudingen ook direct duidelijk.

Kassakorting

Frans koopt bij de groothandel een nieuwe TV voor 375 euro exclusief 20% BTW. Bij de kassa wordt 15% kassakorting gegeven. De caissière vraagt: “Wat heeft u het liefst? Eerst de BTW erbij en dan de korting eraf of andersom?”

antwoord
Hierbij kan de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen gebruikt worden.
 
Door 20% erbij wordt de prijs 120% = x 1,2
De 15% eraf is x 0,85. Het maakt niet uit of je eerst x 1,2 doet en dan x 0,85 of andersom.
 
375 x 1,2 (120%) x 0,85 (15% eraf) = 375 x 0,85 x 1,2

Aandelen

Carel kocht aandelen op de beurs. Na een maand waren zijn aandelen 10% minder waard. Na weer een maand waren ze nog eens 15% in waarde gedaald. De waarde was toen € 1530,-

Voor hoeveel kocht hij de aandelen?

antwoord

Na de eerste maand was de waarde 90% van de oorspronkelijke waarde.
Na de tweede maand was dat 85% van 90% dat is 0,85 × 0,9 × 100% = 76,5%. 76,5% komt overeen met € 1530,-. 1530 = 20 × 76,5. 1% komt overeen met € 1530,- : 76,5 =  € 20,-.

Zijn inzet was € 2.000,-

Begingetal

Vermenigvuldig een geheel getal met de som van zijn cijfers. Met de uitkomst doe je hetzelfde. Het laatste antwoord is 364.

Met welk getal ben je begonnen ?

antwoord

Begin bij het eindgetal 364.

364 = 1 × 364 = 2 × 182 = 4 × 91 = 7 × 52 = 13 × 28 = 14 × 26.

Hiervan is alleen 7 de som van de cijfers van 52. Herhaal dit voor 52 = 1 × 52 = 2 × 26 = 4 × 13. Alleen de laatste vermenigvuldiging voldoet.

Je bent dus begonnen met 13.

Verkiezingen

De kandidaten voor de verkiezingslijst van Groen Links kregen de volgende intelligentietest voorgelegd.

(9 ? 3) : (36 ? 2) = 1,5.

Ben je intelligent genoeg om op die lijst te staan?

antwoord

Maak een deling bij 1,5.

1,5 = 3 : 2 = 6 : 4 = 9 : 6 = 12 : 8 = 18 : 12 = 27 : 18.

Om de vergelijking kloppend te maken komt er te staan: (9 × 3) : (36 : 2 ) = 1,5.

ABC

A, B en C zijn verschillende cijfers. ABC × CBA = 305.374.

Welke zijn die cijfers?

antwoord

A × C moet op een 4 eindigen. Dan moet gelden dat A = 1 en C = 4, of A = 3 en C = 8, of A = 4 en C = 6.

In het eerste geval ontstaat 1B4 × 4B1. Dat levert geen getal van 6 cijfers op.

De tweede mogelijkheid leidt tot 3B8 × 8B3. Eenheden vermenigvuldigen levert 3 × 8 = 24= 20 +4. Tientallen vermenigvuldigen plus extra tientallen levert 30B + 80B + 20 = 110B + 20. Deze term moet 7 voor de tientallen opleveren, wat alleen kan als B = 5. Dezelfde manier van werken voor 4 en 6 levert geen resultaat.

De getallen zijn dus 853 en 358.

Schaken

Zes spelers spelen tegen elkaar in een schaaktoernooi. Een overwinning levert 3 punten op, een remise 1 punt.
Na drie ronden hebben twee spelers 5 punten, drie spelers 3 punten en de laatste speler heeft 2 punten.

Hoeveel remises zijn er gespeeld?

antwoord

Elke ronde worden er drie partijen gespeeld. In drie ronden dus totaal negen partijen. De twee spelers met 5 punten hebben precies één keer gewonnen. De laagste speler met 2 punten heeft precies één keer verloren. Dus één van de spelers met 3 punten heeft één keer gewonnen en twee keer verloren. De andere twee moeten uitsluitend remises hebben gespeeld.

Er zijn dus van de negen partijen, drie partijen beslist. Blijven er zes remises over.

In een tabel.

 

 

Vrijdag de 13e

Een heel kalenderjaar zonder een vrijdag de 13e. Kan dat?

antwoord

Bekijk eerst een niet-schrikkeljaar. Stel 13 januari is een zondag. Maak een tabel, dan krijg je overzicht.

Januari heeft 31 dagen, dat 28 + 3 dagen. Dus 13 februari is dan een woensdag.

In zo’n jaar maar liefst twee keer een vrijdag de dertiende. Laat nu 13 januari één dag later, op maandag beginnen. Dan schuift alles één dag op en is er een vrijdag op 13 juni. Nu 13 januari twee dagen later. De woensdag wordt dan een vrijdag. Dat jaar zijn er maar liefst drie keer vrijdagen de dertiende. Omdat alle dagen van de week in de rechterkolom voorkomen, zal er dus altijd een vrijdag de 13de bij zitten.
Onderzoek op dezelfde manier een schrikkeljaar. De tabel verandert vanaf 13 maart. Dan schuiven alle dagen één op.
Ook een schrikkeljaar heeft altijd minstens een vrijdag de 13de.
Dus elk jaar 1,2 of 3 keer een vrijdag de dertiende.

Om op te schieten

Je mag 6 keer schieten op deze schijf om in totaal precies 100 punten te halen.

In welke vakken moet je schieten?

antwoord

4x het vak 17 en 2x het vak 16

Treinen

Twee treinen rijden elkaar tegemoet. Om 9:45 uur zijn ze nog 7,5 km van elkaar verwijderd. Om 10 uur zijn ze elkaar gepasseerd en 15 km van elkaar verwijderd.

Hoe laat was het toen ze elkaar passeerden?

antwoord

In een kwartier is de afstand tussen de treinen 22,5 km. Elke 5 minuten 7,5 km. Om 9:45 uur waren ze 7.5 km van elkaar.

Om 9:50 uur passeerden ze elkaar.

Getallen gezocht

Zoek de getallen die op de vraagtekens passen:

antwoord

Het getal in de tweede kolom vind je door het getal uit de eerste kolom met één te verminderen en dan te vermenigvuldigen met het getal uit de eerste kolom.

Immers 42=6×7, 110=10×11, 380=19×20, dus komt er 5×4=20 en 34×33=1122

Onderweg

Romeo is onderweg naar zijn geliefde Julia. Romeo rent met een snelheid van 18 kilometer per uur. Julia had dezelfde gedachte en is vast gaan wandelen.

Zij wandelt met een snelheid van 6 kilometer per uur.

Hoelang duurt het voor ze elkaar ontmoeten als ze nu nog 16 kilometer van elkaar verwijderd zijn?

antwoord

Hun snelheden in acht genomen, komen ze elk uur 18+6=24 kilometer dichter bij elkaar. Voor de laatste 16 kilometer hebben ze nog 16/24 uur = 2//3 uur = 40 minuten nodig.

Hoe oud is opa?

Opa Karel beweert, dat hij, zijn dochter Kitty en haar zoontje, samen 100 jaar zijn. Kitty is 24 jaar jonger dan Karel en 35 jaar ouders dan haar zoon.

Hoe oud is iedereen?

antwoord

Opa is 61, Kitty 37 en haar zoontje is 2 jaar.